noma in La Paz

Vanaf 2011 gold restaurant noma in Kopenhagen als het Mekka van de culinaire wereld. In de loop van de afgelopen jaren bleef noma onafgebroken aan de top staan. Deels door de ongebreidelde creativiteit van de chef-kok René Redzepi, deels door de mensen om hem heen die met hun inbreng bijdroegen aan het doorlopende succes. Het restaurant noma is nog steeds immens populair: probeer voor de grap maar eens een tafeltje voor twee personen te boeken. Tot en met juni 2018 is dat een kansloze missie en verder gaat het boekingssysteem voorlopig niet. Bovendien moet per couvert minimaal 300 euro ter bevestiging van de boeking worden overgeschreven, als er al een plekje beschikbaar is.
La Paz

In 2013 besloot Claus Meyer, mede-oprichter van noma, zijn vleugels uit te slaan. Hij koos Bolivia uit om het noma-concept, werken met pure lokale ingrediënten en smaken, uit te proberen. Tevens koppelde hij er een sociaal programma aan vast om jongeren op te leiden voor de witte en zwarte brigade. Het resultaat was restaurant Gustu, het Quechua-woord voor smaak. Tijdens ons verblijf in La Paz kwamen we dit verhaal bij toeval tegen en we besloten een poging te wagen. De prijzen op de online menukaart waren weliswaar voor Boliviaanse begrippen torenhoog maar afgezet tegen de prijzen van noma in Kopenhagen voor ons net een betaalbare uitspatting. Dichterbij noma dan hier in La Paz zouden we niet snel komen.

Het enige probleem dat we nog konden verwachten, was een wachtlijst die de lengte van ons verblijf waarschijnlijk wel zou overstijgen. Tot onze verbazing kwam een dag na de digitale reservering de bevestiging dat we een week later van harte welkom waren. Geen wachttijd, geen boekingskosten, geen flauwe regels over het verliezen van de reservering bij 10 minuten te laat arriveren.
in afwachting van..
De avond bij Gustu was er een om niet snel te vergeten. Vanaf 19.00 uur tot 23.30 uur trok er een gestage parade voorbij van zeventien gerechtjes, allemaal met hun eigen verhaal en signatuur. Soms wat gewoontjes maar meestal ongelooflijk verrassend zoals het gefrituurde verse bamboehart overgoten met balsamico van banaan of krokodil uit het Amazonegebied. Wonderbaarlijke smaken met intrigerende ingrediënten zoals een woestijnbesje dat maar een dag per jaar geplukt kan worden. Bij alle gerechten werd voor Adriana een passende Boliviaanse wijn geschonken en voor mij een non-alcoholisch drankarrangement dat beide onverwachte sensaties veroorzaakte. Alle gerechten uitvoerig benoemen voert te ver, we volstaan met wat foto’s met een kort onderschrift.
Na het laatste toetje (van de drie) voelden we heerlijk voldaan en waren we een beetje stil van zoveel geweld. Wat een feest van kleuren en geuren,prachtige presentaties verzorgd door een perfecte bediening in een smaakvolle en informele ambiance. Waar een Nederlandse sterrentent te vaak wordt gekenmerkt door een gedragen sfeer van ons-kent-ons culifreaks die een hoogmis bijwonen, was het bij Gustu een ontspannen geroezemoes, een bijna vrolijke boel wat begrijpelijker is als je zo lekker zit te eten.
drie soorten quinoa
de bijzondere besjes inclusief het blad, je kunt alles opeten behalve de steen werd er bij het serveren medegedeeld
er wordt ook met schuim gewerkt
het lijken gewoon gekookte groentes maar dit is krokodillenvlees
bamboehart met babanenbalsamico
lamsvlees op bijzondere wijze geserveerd, we kregen het advies om het been te laten liggen
ook de attributen waarmee je het gerecht verder moet afmaken liggen op je bord
een nagerecht met een smaaktwist
en deze pasten er nog net bij
Natuurlijk moet er aan het einde van de avond afgerekend worden. Voor het het Menu Bolivia Extendido, de complete ervaring, zagen we twee keer 560 Bolivianos op de rekening staan en voor de drankarrangementen twee keer 290 Bolivianos. Visa schoot ons de totaalnota van 1700 Bolivianos met liefde voor. Op het bankafschrift zal een bedrag staan van  ongeveer 212,50 euro’s. In culinair Bolivia een astronomisch bedrag, voor ons zeker niet de goedkoopste avond uit eten in Zuid-Amerika. Maar mijn hemel, wat was het bijzonder.
Ciao, Bert

Een metropool in Bolivia: La Paz

Vanwege een irriterende moedervlek is ons verblijf in La Paz verlengd. De dermatologe die we op advies van onze verzekering consulteren vindt dat ik beter niet kan wachten met het verwijderen van het plekje totdat we weer in Nederland zijn. De uitslag is gelukkig goed: opluchting. Maar we ervaren het verschil in de manier waarop de gezondheidszorg georganiseerd is. Een voorbeeld: na het verwijderen van de moedervlek moeten we zelf het weefsel naar een klein en propvol laboratorium brengen op een heel andere locatie. Waar we vier dagen later de resultaten ook weer ophalen. Centralisatie, ontzorgen ho maar, iedereen heeft zijn eigen toko. Maar we krijgen wel allebei een dikke zoen van de arts op de goede afloop.
Hoewel La Paz geen toeristische stad is krijgen we van onze gastvrouw allerlei tips waardoor we onze extra tijd hier op een leuke manier doorbrengen. Met de Teleferico zien we de stad van boven en dat is heel wat gezonder dan tussen de uitlaatgassen door te lopen. Want in de binnenstad heerst een totale verkeerschaos vandaar de investering in een kabelbaan over de stad. Ondanks dat alle lijnen nog niet operationeel zijn is het wel al in het Guinness Book of Records opgenomen als langste of uitgebreidste netwerk van de wereld. En dus een toeristische attractie die hoog gewaardeerd wordt.

in de oranjelijn hebben we een mooi uitzicht, de witte kabelbaan wordt nog uitgetest
een gezellige drukte op straat maar de term fijnstof ..
Aan het einde van de rode kabelbaan zien we tot onze verbazing een auto vertikaal geklemd tussen de rotsen. Een onmogelijke positie en we vragen ons af hoe het met de bestuurder is afgelopen.
La Paz is het liberale zusje van het conservatievere Sucre. De stad is minder mooi maar wel verder in haar ontwikkeling. Dat merken we bijvoorbeeld ook aan het eten. We eten er verschillende keren erg lekker en nemen ook de kans waar onszelf te trakteren op een veel-gangen diner bij Gustu. In het volgende verheel gaat Bert daar uitgebreid op in! We eten er hemels, en dat niet vanwege het feit dat we ons op 3.700 m boven zeeniveau bevinden.

Museo San Fransico wordt van top tot teen bekeken

we verblijven op een geweldig AirBnB adres waar de keuken aanvoelde als thuis

warm eten en koude voeten
Het is hier zomer en de stokrozen bloeien
Adriana

Terug in de tijd

Na zes heerlijke weken in Sucre pakken we onze backpack weer in. We nemen de nachtbus naar Cochabamba en reizen vandaar gelijk door naar Torotoro. Volgens de beschikbare informatie goed te doen maar zoals vaker loopt het in Bolivia iets anders.
De betere nachtbussen zijn uitgerust met stoelen met veel beenruimte die je redelijk in een ligstand kan zetten. Meestal is het koud maar in deze bus liep de temperatuur hoog op en waren we omringd door snurkende medereizigers. Rond vijf uur in de ochtend arriveerden we in Cochabamba. De straat waarin de minivans staan die naar Torotoro vertrekken, was snel gevonden. Het vervoerssysteem in Bolivia is erg efficiënt qua ruimte en de rest schikt zich daarnaar. We hebben van half zes tot half acht gewacht totdat alle zitplaatsen verkocht waren en we vertrokken voor een bijna zeven uur durende rit. Picture this: een afgeladen rammelende minivan die hotseklotst over een weg van ongelijke keien en die vanwege wegwerkzaamheden ook omgeleid wordt door rivierbeddingen en uitgeholde zandwegen bij een temperatuur van meer dan dertig graden. Je kunt wel raden in wat voor staat wij in Torotoro arriveerden.
Torotoro is een klein en authentiek dorpje dat eruitziet of de tijd er stilgestaan heeft. De bergachtige omgeving is prachtig en herbergt een aantal bijzondere attracties. Wij vermoeden dat ongeveer tien jaar geleden de bezoekersstroom van backpackers gestaag op gang is gekomen. En in het dorp zijn ze er eigenlijk nog steeds niet aan gewend.
Nu zeggen wij wel dat we aan t backpacken zijn maar we hebben, gezien de leeftijd wel wat comfort nodig en verwachten ook een bepaald soort georganiseerdheid en gastvrijheid. Dat kun je in Torotoro vergeten. Informatie ontbreekt of is onvolledig, de manier van organiseren grenst aan chaos en beloofde faciliteiten ontbreken. Als voorbeeld: de beloofde Wi-Fi bleek alleen buiten op het plein beschikbaar en dan pas na het betalen van een aantal BOL in een onduidelijk apparaat. Dus zitten Bert en ik gezellig tussen de inwoners, karretjes met allerlei eten en drinken, zwerfhonden en een enkele backpacker te surfen op internet.
’s Morgen om 7.00 uur staan we bij het kantoor van de gidsen om een tour te boeken. Je mag namelijk niet zonder gids het nationaal park in. Het blijkt een ingewikkeld proces te zijn van zelf minimaal zes personen bij elkaar vinden die dezelfde tour willen doen, dan krijg je een Spaanssprekende gids toegewezen die  een busje met chauffeur gaat regelen. Vervolgens het lange wachten totdat in het kantoortje een señora de totaalprijs berekend heeft, iedereen ook daadwerkelijk zijn deel betaald heeft en dan kunnen we op pad. We zijn dan al twee uur in de weer.
Maar het blijkt alle inspanningen waard te zijn!

Er zijn meer dan 2.500 dinosaurus afdrukken van verschillende tijden in dit gebied gevonden

Landschap dat gevormd is door tektonische verschuivingen, water, ijs en wind

het is weer klimmen en klauteren voor de spannende plekken en mooiste uitzichten

Als toetje de diepste grot van Bolivia inklimmen, 7 km is tot nu toe verkend en af en toe moet je op je buik verder
We vragen ons af hoe het er over tien jaar uitziet. Als er meer mensen naar Torotoro willen en het niet alleen maar de doorgewinterde backpackers zijn maar ook de toeristen die meer van een toeristische hotspot verwachten. Nu was het een avontuur.
Tot later! Adriana

Wel of geen krater?

We waren er al talloze keren voorbij gelopen, het kantoor van Off Road Bolivia. Maar nu zaten we binnen om een dagtrip met off road motoren te regelen. Ons plan is om elf maanden te reizen en dat betekent dat het budget goed in de gaten gehouden moet worden. Alles wat je extra wilt doen buiten slapen, eten en vervoer moet wel in het financiële plaatje passen.

Vanuit Sucre vertrekken we via dirtroads naar de bergpas Cordillera de los Frailes (3.650 m boven NAP). Daarna dalen we af tot we de rivier passeren en op weg gaan naar de cráter de Maragua. Het landschap is zo bijzonder dat ik heel vaak wil stoppen om foto’s te maken. Maar dan schiet je niet op als je iets van 150 km moet rijden.

van grauw en grijs
roze met fris groen
beige met een helder beekje
paars en grijsgroen met cactusbossen
naar aarderood en veel bochten

De cráter de Maragau is eigenlijk geen krater. De geleerden lijken het er nog niet over eens sommige denken dat het een meteoriet is geweest die boven de grond is ontploft. Een bijzonder landschap is het zeker en volgens onze gids Marcello een plek waar je veel energie kan opdoen. De krater is ongeveer 51 vierkante kilometer groot en er worden ook fossielen gevonden die aantonen dat er ook ooit zeewater heeft gestroomd.

de rand van de krater

Hierboven een stukje van de krater, ook wel de navel van Zuid-Amerika genoemd.

Na het dorp Quila Quila crossen we de hoogste berg over, de Obispo en halen we ruim de 3.700 meter. We dalen met lekkere bochten af naar beneden en rijden het laatste stukje over asfalt naar Sucre terug.

uitzicht van de top

Een heerlijke dag!

Adriana

 

Dag en dagelijks in Sucre

We lopen ’s avonds door de straten van Sucre alsof we er al jaren wonen, op weg naar één van onze favoriete restaurants. Dit restaurant heeft als enige in Sucre een salad bar dus de mogelijkheid om groentes en rauwkost naar keuze op te scheppen. Want veel verse groente wordt er over het algemeen niet geserveerd. Daarentegen wel vers fruit in allerlei vormen: sapjes, toetjes, shakes, tussendoortjes et cetera. Tumba en mora vinden we heerlijk, het zijn fruitsoorten die we niet kennen in Nederland.

De Boliviaanse keuken is geen verfijnde keuken hoewel we hier wel bijzondere dingen eten: gefrituurde leguanen staartjes of koeientong in chocoladesaus. Heerlijk! Aardappels, zoete aardappels, guave  worden als patat, puree, gekookt of in een ondefinieerbare vorm bij bijna elk gerecht geserveerd. Daarnaast wordt het bord steevast opgevuld met rijst en wordt het vlees soms ook nog afgetopt met een gebakken ei. Veel koolhydraten en eiwitten, groente of rauwkost moet je zoeken of ontbreekt. Vrij zware maaltijden dus die de Bolivianen het liefst ’s middags eten. We hebben vaak genoeg meegemaakt dat we ’s avonds alleen in een restaurant zaten. Of dat we binnenkwamen tussen acht en half negen en dat het keukenpersoneel zelf nog aan het eten was. Om tien uur of elf uur ’s avonds nog eens lekker eten gaan is hier vrij normaal.

Het restaurant voor ons alleen
Het bestellen van eten, het vragen naar meer informatie en het afrekenen gaat in ‘vloeiend’ Spaans. Niet echt vloeiend hoor, maar we kunnen ons aardig redden. We verblijven hier in totaal zes weken en het is grappig hoe snel je gewend bent. We krijgen privéles Spaans van jonge Boliviaanse vrouw die tot onze verbazing al een zoon heeft van 12 jaar. Tijdens de Spaanse les wordt er natuurlijk veel gepraat en onze profesora, lerares in het Spaans vraagt ons de hemd van het lijf om zo de conversatie op gang te houden. Het was ons natuurlijk al opgevallen maar nu wordt duidelijk hoezeer de Boliviaanse en Nederlandse cultuur verschillen. Ze rolt van haar stoel van verbazing als wij vertellen dat Bert bij ons meestal het eten koopt en kookt. Dat is in de masculine maatschappij van Bolivia ondenkbaar. Ze is enigszins geschokt te horen dat wij geen pyjama’s of nachtjaponnen dragen in bed.. Aan de andere kant zijn wij verbaasd dat het heel gebruikelijk is om voor je dertigste al twee keer gescheiden te zijn en drie kinderen te hebben. Dat in een overwegend katholiek land? Daarbij blijk je niet alleen de taal te moeten leren maar ook de daarachter liggende of tweede betekenis. Leg de klemtoon even verkeerd en je zegt niet wat een mooie vogel maar wat een mooie hoer of geen mama maar borsten. Tja, dat moet je wel weten. Onze profesora wijst ons er regelmatig op dat je door te letten op lichaamstaal, veel meer te weten komt dan van het antwoord dat iemand geeft. Verder is het noodzakelijk om heel goed op te letten dat je bijvoorbeeld dik of oud in een eufemistische bewoording gebruikt of een verkleinwoord toepast. Want als je iemand beledigd dan merk je dat  meteen: degene tutoyeert je niet meer maar stapt over op het formele u.
Sucre, Bolivia ook wel la ciudad blanca genoemd vanwege de vele witte gebouwen
De keuze om in Sucre een langere tijd te verblijven is enerzijds praktisch: het ligt op de route en verblijven in Bolivia is niet duur. Anderzijds is het een mooie en relaxte stad waar veel Spaanse cursussen worden aangeboden.  We bezoeken het museum waar de onafhankelijkheidsverklaring van Bolivia uit 1825 te zien is. Daar krijgen we van de enthousiaste gids uitgebreid toelichting bij de rondleiding door het prachtige koloniale gebouw. Bolivia was een van de laatste landen in Zuid-Amerika die onafhankelijkheid werd van Spanje hoewel ze als eerste de strijd aangingen. Door hun interne problemen hebben de buurlanden zich veel grond van Bolivia toegeëigend. Het noorden van Chili behoorde vroeger ook bij Bolivia, het lag dus aan zee. Maar de mineralen waaronder koper waren voor de Chilenen een reden om dat stuk in te pikken. Brazilië had veel hout nodig en eigende zich een deel van het amazone gebied van Bolivia toe. En Peru schoof de grens ook steeds verder op. Bolivia is in onze ogen wel een van de armste landen van dit continent. In tegenstelling tot de andere landen wonen hier procentueel de meeste oorspronkelijke bewoners zoals de Aymaras en de Quechuas. Zij spreken nog steeds hun eigen taal en hebben hun rituelen gewoon meegenomen binnen het rooms-katholieke geloof.  Zij  hebben in de onafhankelijkheidsstrijd fel meegevochten, maar we vragen ons af of ze er uiteindelijk ook van geprofiteerd hebben aangezien de oorspronkelijke bewoners tot de minst ontwikkelde en armere gedeelte van de bevolking behoren. Hun weeftechnieken behoren tot de meest bijzondere en ingewikkelde van de wereld en zijn ook UNESCO werelderfgoed, net als de stad zelf. We bezochten ook het museum of indigenous arts. Een klein maar bijzonder museum waar diverse geweven stoffen met uitleg te zien waren, naast allerlei gebruiken en rituelen.
We vieren de kerstdagen en het nieuwe jaar in Sucre. De Bolivianen doen dat vooral uitbundig en wij met een beetje weemoed naar familie en vrienden in Nederland. Op kerstavond wonen we een dienst bij in de kerk tegenover ons hostel.  We staan buiten want de kleine kerk is overvol en er wordt gezongen, gepraat en gegeten. We zien hele families waarvan één lid een mooi versiert wiegje draagt waarin een prachtig aangeklede babypop of beeldje ligt. Het blijkt de verbeelding te zijn van baby Jesus Christus die in de kerk gezegend wordt en pas daarna thuis in de kerststal in de kribbe wordt gelegd. Alle poppen, beeldjes of andere afbeeldingen worden gezegend en daarna volgde een optocht  met vrolijke hoempa pa muziek door de buurt waarbij uitgebreid vuurwerk afgestoken wordt.
En naast hard leren om de nieuwe taal onder de knie te krijgen doen we ook de dingen die we thuis zouden doen maar dan in een andere vorm:
Naar de kapper
Op de hand wassen van kleding
Boodschappen doen in kerstsfeer
Eten koken
Het naaien van kapotte kleding want we hebben niet zoveel mee

Een echte sombrero aanschaffen

Van 1 naar 2 paar schoenen: hoe krijgen we dat mee in de backpack?
Het kerstfeest vermengd zich niet alleen met eeuwenoude rituelen maar ook de moderne Noord-Amerikaanse cultuur
Op nieuwjaarsdag is een uitgebreide lunch voor de gasten van het hostel bereid
Tot later!
Adriana

Rustig blijven ademhalen

Na de forse hoogte van 3.800 meter in Uyuni brengt de volgende busreis ons nog een stapje verder. Na vier uur bereiken we de mijnstad Potosi in Bolivia op 4.200 meter boven zeeniveau. De buitenwijken laten de bekende chaos van een gemiddelde Zuid-Amerikaanse stad zien: onaffe gebouwen, werkplaatsen in allerlei soorten en maten afgewisseld met kleine winkeltjes, veel auto’s en veel mensen op straat. En uiteindelijk het busstation, altijd een enerverende plaats waar je op zoek moet naar je bagage, op moet letten voor kleine criminaliteit en veel schreeuwende kleine kereltjes die je of in een taxi willen helpen of op weg naar een volgende bestemming. Taxi’s in Bolivia hebben zelden of nooit een meter: binnen een stad betaal je een bedrag per persoon, met z’n tweeën twee keer zoveel en wil je de stad uit, dan wordt het onderhandelen.

uitzicht op Potosi
de smalle straatjes in het centrum
Op aanraden van dochter en schoonzoon die ons voorgingen, logeren we in La Casona, een prachtig hostel in een koloniaal gebouw in het historische centrum van Potosi. Veel gasten slapen met acht personen op een kamer, wij hebben op voorhand een tweepersoons kamer geregeld met eigen toilet en douche. Het centrum is een wereld van verschil met de buitenwijken: het is duidelijk waarom dit UNESCO-werelderfgoed is. De straten, geplaveid met klinkertjes, doen bijna middeleeuws aan. ’s Avonds hebben we restaurant El Tenedor de la Plata (de zilveren vork) voor ons alleen. Dat zal later nog vaker gebeuren: Bolivianen zijn slechte ontbijters, nemen vervolgens de tijd voor een overdadige lunch en eten als diner nog wat liflafjes thuis.
het hostal la Casona
Bij de receptie geven we ons op voor een tour die een heuse mijn bezoekt onder leiding van een gids die ex-mijnwerker is. Potosi is vandaag de dag een stad met 140.000 inwoners die naast wat inkomsten uit toerisme, afhankelijk is van de mijnen, met name de zilvermijnen in één berg: de Cerro Rico. Het gedolven zilver maakte van Potosi ooit een rijke en welvarende stad. In 1672 bedroeg het inwonertal 200.000 (evenveel als Londen in die tijd en veel groter dan Parijs). Door de onafhankelijkheidsoorlogen verviel de stad en was in 1825 gereduceerd tot minder dan 10.000 inwoners. De mijnen raakten uitgeput en in 1980 werden ze allemaal gesloten. Ze zijn sindsdien in handen van lokale corporaties onder zelfbestuur. De Cerro Rico wordt nog steeds geëxploiteerd en op hoogtijdagen gaan meer dan 10.000 mijnwerkers via een van de 200 ingangen aan het werk. En daar kun je als toerist een kijkje nemen.
de mijnwerkers
Ik ben er ambivalent over: mijnwerkers hebben in Bolivia een zeer korte levensverwachting en om mensen aan het werk te zien die op termijn door belabberde omstandigheden het loodje leggen, stuit me tegen de borst. Aan de andere kant wordt van je verwacht dat je cadeautjes voor de kompels meebrengt bestaande uit spullen die ze anders zelf moeten kopen zoals dynamiet, cocabladeren om de verveling weg te kauwen (geen mijnwerker zonder één bolle wang), pure alcohol om te offeren en zelf te drinken en nog wat minder belangrijke items als frisdrank, dus je doet ze een plezier door te komen kijken, Verder gaat een deel van het entreegeld naar een fonds voor nabestaanden, ook goed. Maar de afweging blijft lastig.

Onze outfit en een deel van het cadeau: een staaf met dynamiet
De volgende ochtend worden we in het mijnwerkerspak gehesen, inclusief helm met lamp. Op een speciale markt kopen we dynamiet met een lange lont, een zakje korrels om er TNT van te maken, twee zakjes cocabladeren (één voor eigen gebruik) en een fles pure alcohol. Waar dat laatste goed voor is, zal blijken. In een aftands busje rijden we met zeven andere waaghalzen naar de ingang van de mijn. De top van de berg waar het zilver wordt gedolven, de Cerro Rico is inmiddels verboden gebied vanwege het grote instortingsgevaar. Gewapend met deze kennis beginnen we, lampjes aan, toch ontspannen aan onze ondergrondse tocht. In de buitenlucht is de zuurstof schaars vanwege de grote hoogte, binnen is de zuurstofdruk nog lager door het gebrek aan verse lucht. Mede door de lage gangen (Bolivianen zijn niet lang en mijnwerkers al helemaal niet) bereiken we enigszins achter adem de eerste stop. Het is een beeld van de god Tio die voor mijnwerkers het onvoorspelbare en ondergrondse kwaad belichaamt. Elke keer dat ze de mijn betreden, beginnen ze met offers te brengen aan Tio. Het beeld, dat er afzichtelijk uitziet, wordt besprenkeld met pure alcohol en bedolven onder cocabladeren: hoofd, armen, benen en penis,  niets wordt overgeslagen om Tio gunstig te stemmen over lot van de mijnwerkers. En als kers op de taart wordt een brandende sigaret tussen zijn lippen geklemd zodat hij gezellig kan roken.
Dan gaat het dieper de mijn in, voorovergebogen lopen we met zwaaiende lichten steeds verder. Ik let even niet op en stoot mijn hoofd hard tegen een steunbalk: de pijn in mijn kop valt nog mee maar mijn nekspieren hebben het zwaar te verduren. Het blijkt de oplossing van mijn dilemma: ik geef aan liever niet verder te willen en loop, bijna opgelucht, helemaal terug naar de ingang. Wat kan daglicht op een regenachtige morgen er mooi uitzien. Een half uur later meldt ook Adriana zich buiten. In de diepere lagen ging een luik open met een gat in de grond dat de bezoeker twee verdiepingen lager moest brengen. Trap? Er is geen trap! Ze overwoog dat ze teveel energie zou moeten investeren om haar angst te overwinnen en besloot om te draaien. Samen bespreken we buiten de situatie en vinden dat we genoeg gedaan hebben om een mijn van binnen te zien.
’s Middags bezoeken we het Casa de Moneda, ooit de plek waar de zilveren munten werden geslagen voor heel Zuid-Amerika en tegenwoordig één van de leukste musea die we tot nu toe tegenkwamen. Met de snelheid van de brandweer sleurt een Engelssprekende gids ons door alle zaken zodat we na anderhalf uur uitgeput op de binnenplaats achterblijven.
Het museum Casa de Moneda

Eenmaal buiten zijn we getuige van een grote demonstratie waarvan we de aanleiding niet begrijpen, wel maken we uit de spreekkoren op dat het gaat om: Democratie? Ja! Dictatuur? Nee! En dat is natuurlijk altijd een goede aanleiding. Bolivianen mogen graag de straat op gaan als ze iets dwars zit, is inmiddels onze ervaring. De aanbeveling van de Lonely Planet om daar uit te buurt te blijven, delen we niet, Het is een vreedzame aangelegenheid omlijst met veel spreekkoren en vuurwerk zodat we ons afvragen of onze staaf dynamiet als presentje wel de juiste weg gevonden heeft.
Ook vrouwen lopen mee, het lijkt alsof ze gezamenlijk boodschappen gaan doen
Bert

De schoonheid van zout

Het is het plan om onze reis vanuit het noorden van Chili voor te zetten richting Uyuni in Bolivia. Dat levert meteen een aantal belemmeringen op waarvan de eerste het grootste leek maar zich het eenvoudigst laat oplossen. Het geval wil dat de bus naar Uyuni om zes uur ’s ochtends vertrekt uit Calama en wij zitten 130 kilometer verderop in San Pedro de Atacama. We hebben geen zin om een dag eerder een bus naar Calama te nemen waar we weer onderdak moeten regelen. Onze gastheer Juan is bereid om ons uit de brand te helpen: met een auto van een vriend rijden we ’s morgens om kwart voor vijf weg uit San Pedro om vijf kwartier later en 65 dollar lichter in Calama bij de garage van de busmaatschappij uit te stappen. Het is al redelijk druk voor de tijd van de nacht en de commotie wordt groter op moment dat de chauffeur de deuren opent en de hele meute naar binnen rent. Sommige vrouwen hebben voldoende tassen bij zich om een mini-mercado te vullen, dus het kost wel even tijd om alles op zijn plek te krijgen.

 

Onze rugzakken verdwijnen achterin tussen de tassen leeftocht terwijl we tegelijkertijd rugzakken in het zitgedeelte van de bus zien verdwijnen. Het blijkt dat de chauffeur heeft geadviseerd alle spullen mee de bus in te nemen. We begrijpen het niet helemaal maar de uitleg volgt later. We hebben tevoren kaartjes gekocht vanwege de zekerheid dat je mee kunt en bovendien heb je de plaatsen voor het uitkiezen. Het blijkt gedurende de hele dag dat we onderweg zijn, een gouden greep. Plaats 1 en 2, achter de chauffeur, zijn meestal niet de beste plekken maar nu wel met een weelde aan beenruimte, een luxe die je als Europeaan niet vaak treft in Zuid-Amerikaanse bussen.

Na twee uur rijden doemt de grens met Bolivia op. We passeren de gebouwtjes van Chili waar we ons goedbewaarde uitreisticket achteloos in een prullenbak zien verdwijnen en rijden vervolgens door een stuk niemandsland. Daar stopt de bus en het wordt snel duidelijk dat we van bus moeten wisselen. Dat geldt ook andersom met als gevolg een chaotisch gedrang van reizigers uit Chili die de bus naar Bolivia in willen en reizigers uit Bolivia die onze bus in willen. Het meenemen van rugzakken in de bus zou dit proces moeten versnellen maar dat effect wordt volledig geneutraliseerd door Boliviaanse vrouwtjes die meer meezeulen dan ze kunnen tillen. De laatste hindernis bij de grens is een gloednieuwe scanmachine. We hebben het al eerder meegemaakt: als er een scanapparaat staat, wordt-ie ook gebruikt. Dus alle bagage weer uit de bus en stuk voorstuk door de machine. Al met al kost het twee uur om de grens, waarvan de slagboom door de chauffeur zelf wordt bediend, te passeren inclusief het opzetten van de traditionele hoedjes en een sanitaire stop voor iedereen.
De volgende uren denderen we over een dirt road naar Uyuni. We stoppen voor een plaspauze, voor de mannen een eenvoudige opgave in de berm, voor vrouwen een zoektocht naar een publiek toilet. In Uyuni vinden we al snel ons hotel en na het inchecken, moeten we nog ėėn trap op en dan kunnen we onze rugzakken afgooien. We zitten op 3.700 meter boven zeeniveau en die twee trappen nemen we met moeite. Hijgend als werkpaarden vallen we op bed.
Uyuni is een stadje waar niets te beleven valt maar het heeft twee toeristische trekpleisters van de buitencategorie. In de eerste plaats is dat het Cementerio de los Trenes waar talloze locomotieven en wagons in de woestijn staan te wachten op hun reis naar het laatste ‘Grote Rangeerterrein’. Volgens kenners overtreft deze locatie het treinenkerkhof van Phnom Pehn in dramatiek en omvang. Op de tweede plaats grenst Uyuni aan de op één na grootste zoutvlakte ter wereld: de Salar de Uyuni. De volgende dag gebruiken we om een tweedaagse tour te plannen over de Salar, inclusief een overnachting in een zouthotel, een bezoek aan het treinenkerkhof, een eiland midden op de Salar bezaaid met metershoge cactussen, een kijkje in een zoutfabriekje en niet te vergeten een bezoek aan de gekleurde meren.
Er is veel in Uyuni in aanbouw en de bevolking is vrij traditioneel
We worden echter zwaar tegengewerkt door de Boliviaanse politiek. De tweede dag van onze trip valt op een zondag, uitgerekend de dag dat Bolivia stemt over een nieuw hooggechtshof. Niets aan de hand zou je denken, maar om elke vorm van demonstratie de kop in te drukken is het openbare leven die dag volledig lamgelegd. Dat betekent gesloten winkels en restaurants, een verbod op het schenken van alcohol tot 12 uur ’s nachts en elke vorm van transport is verboden. Dus ook de 4×4 Landcruiser die onze trip rijdt, mag niet de stad in. We kunnen dus op zaterdag wel weg maar op zondag niet terug. Een tegenvaller die we met opgewekt humeur omzetten in een eendaagse trip waarin alle highlights zijn opgenomen behalve de overnachting in het zouthotel en de gekleurde meren. Zaterdagochtend vertrekken we met vijf medereizigers richting de Salar. Eerst bezoeken we het treinenkerkhof en daarna een mini-zoutfabriek aan de rand.
Het treinenkerkhof levert al mooie beelden op
Daarna begint het echte werk en daveren we met hoge snelheid de zoutvlakte op: we zijn niet de enige, onderweg trekken we op met zeker veertig Toyota Landcruisers die allemaal hetzelfde parcours afleggen maar door de enorme uitgestrektheid wordt het nooit druk of vol.
We lunchen in een hotel opgetrokken uit zout en stellen tevreden vast dat we aan die overnachting niets gemist hebben, Buiten staat een kolossale sculptuur van zout die doet herinneren aan de Dakar-rally die hier in 2016 met 200 kilometer per uur voorbijkwam. Voor wie nog willen boeken, ook in 2018 doet Dakar Uyuni aan.
We raken in gesprek met een Engels stel waarvan man Tim zo zou kunnen invallen bij The Dubliners en vrouw Martha een Tsjechische blijkt te zijn . Ze vertellen dat ze allebei hun baan hebben opgezegd (dat horen we heel vaak onderweg van andere reizigers) en dat ze na afloop van hun reis naar Tsjechië verhuizen waar zij uit erfenis een fruitbedrijf met appelboomgaarden deels heeft verkregen deel heeft gekocht. Op onze vraag wat ze in Engeland voor beroep had, horen we het antwoord waarschijnlijk met open mond aan: ‘I am a nuclear physicist’. Even hebben we geen tekst.
We rijden verder naar het Cactuseiland. We hebben de hele tijd het gevoel dat we op ijs rijden en dat we er elk moment doorheen kunnen zakken. De Salar biedt legio mogelijkheden voor prachtige foto’s en daar maken we gretig gebruik van. Hoogtepunt is de plaats waar een klein riviertje de Salar opstroomt: door de plasvorming op het zout ontstaat een spiegelend effect wat in fantastische plaatjes resulteert. De zonsondergang mag er ook zijn maar we zijn intussen verzadigd door zoveel natuurschoon.
De volgende dag is het zondag en zijn de straten uitgestorven en vinden we alleen veel mensen in een lange rij voor het stembureau.
’s Avonds eten we in een restaurant in een buitenwijk van Uyuni. Een ondernemer met durf heeft hier een schitterend hotel neergezet en een navenant fraai restaurant. Voor het eerst op onze reis treffen we een kok die alle ingrediënten op het bord weet samen te smeden tot het niveau van een sterrenzaak, We rekenen goedgemutst omgerekend 25 euro af, inclusief dessert en uitstekende wijn. Toch nog een opwindende zondag.
Bert

Eén van de droogste plekken op de aarde

De bus rijdt door een landschap van kale bergen, rotspartijen en zandvlaktes. We hebben gelukkig de mijnbouw achter ons gelaten en trekken dieper de Atacama woestijn in. We zien  onze eindbestemming opdoemen maar de bus slaat af naar rechts in plaats van het dorp, San Pedro de Atacama in te rijden. We zijn er ondertussen wel aan gewend dat dingen anders lopen dan verwacht. We wachten rustig af waar de bus zal stoppen zodat we eruit kunnen.
heel in de verte de oase
 San Pedro de Atacama is een dorp in het noorden van Chili vlakbij de grens van Bolivia, 2.500 meter boven zeeniveau. Meer dan 10.000 jaar geleden vestigden de eerste bewoners zich in deze oase in de woestijn. Het ingenieuze irrigatiesysteem dat zij toen ontwikkelde, heeft vandaag de dag nog zijn functie. De Atacameños hebben de invasie van de Inca’s, de Spaanse kolonisatie en de winning van salpeter, zout en lithium door de Boliviaanse en Chileense overheid ternauwernood overleefd. Hun nazaten vormen nu een gemeente die meer dan 23.000 km² groot is en ongeveer 5.600 inwoners telt. Hun regels en gewoontes hebben tot gevolg dat San Pedro de Atacama een authentiek dorp is waar ondanks de vele toeristen een relaxte sfeer hangt. Er mogen bijvoorbeeld geen reclameborden aan de gevel gehangen worden en de wegen in het centrum zijn niet geasfalteerd. Alleen inwoners mogen met hun auto’s in het dorp rijden. Hé, waar kennen we dat van 😜?
 
Het is er wel toeristisch maar niet vervelend druk. We vinden het wel fijn dat er veel aanbod is en ons appartementje ligt lekker rustig net uit het centrum. Er is veel te doen en de dagen dat we hier zijn hebben we gevuld met een trip naar de Valle de la Luna. Gisteren zijn we een hele dag op pad geweest naar de Piedras Rojas, diverse meren het het dorpje Toconao. De gids die we mee hadden is ook chauffeur, kok, ober en schoonmaker tegelijk. We worden vroeg in de ochtend opgepikt en rijden samen met elf anderen naar het zuiden toe.
Op de hoogvlakte komen we weer een lama-soort tegen: Vicuñas. Een ander soort dan de Guaganos die we in Patagonië gezien hebben. De soort hier kan namelijk tegen het klimaat in deze regio en, niet onbelangrijk, de hoogte. We rijden vandaag namelijk door een gebied op 4.000 en 5.000 meter boven zeeniveau. Zij leven tussen de 3.500 en 5.500 meter hoogte.
Het ontbijt werd geserveerd met een magnifiek uitzicht op de bergen en de zoutmeren. We zagen twee zo blauwe zoutmeren die bijna pijn deden aan ons ogen en de flamingo’s in de zoutvlakte, Salar de Atacama, waren bijna surrealistisch.
De derde dag vertrekken we nog eerder in de ochtend, om half vijf al. In het donker rijden we naar het noorden naar een geiserveld met meer dan 80 actieve geisers. Het is belangrijk om daar vroeg te zijn als de zon nog niet op volle sterkte is. Op 4.500 meter hoogte is het dan nog koud en is het stoom van de geisers goed zichtbaar.
Het geothermaalveld ligt in een krater van een oude vulkaan en het blijkt dat het kolkende binnenste van onze aarde zich heel dicht onder onze voeten bevindt. De aardkorst is hier heel poreus en onze gids vertelt dat er dit voorjaar nog iemand is overleden die te dicht bij de geisers liep en erin viel. Oppassen dus! Maar het aanblik van het kolkende water, de stoomkolommen en het pruttelen, sissen en spetteren van het meer dan 85° warme water is prachtig. Water op de droogste plek ter wereld wordt verklaart doordat de sneeuw op de omringende bergen smelt en onder de oppervlakte in aanraking komt met de hitte van het magma.
en van dichtbij..
Adriana

‘Walking on the moon’

Het is ruim 33 graden met een wolkeloze hemel en geen zuchtje wind. Ideale omstandigheden voor een stranddag maar wij zijn bezig een berg op te lopen in Valle de la Luna. Een plek die veel op lijkt op het landschap van de maan vandaar de toepasselijke naam: vallei van de maan.
Rotsen, stenen, zand, vulkanisch materiaal en mineralen waaronder heel veel zout vormen een bizar landschap waar dieren niet voorkomen.  Recent onderzoek heeft uitgewezen dat hier wel heel veel bacteriën leven waaronder een soort dat zuurstof produceert. Dezelfde soort die bij het ontstaan van de aarde actief waren. We lopen door één van de droogste plekken op aarde. Gemiddeld valt hier 15 mm. regen per jaar maar er zijn ook plekken waar al meer dan honderden jaren geen druppel is gevallen. Deze omstandigheden zijn vergelijkbaar met die op planeten zoals Mars. Vandaar dat de NASA hier de materialen test die ze daar gaan inzetten.
Los van al deze wetenschappelijke feiten worden we bij elke bocht, bergtop of uitzichtpunt verrast: wat is het hier bijzonder en bijna onaards! We vergeten het zweet dat overal stroomt en onze droge mond van het hijgen.
Sinds de vorige blog zijn we van de kust van de stille Oceaan naar het noorden van Chili gereisd, tegen de Boliviaanse grens. We zagen het landschap tijdens een 17 uur durende busreis veranderen van groen, bomen en het azuur blauw van de zee naar allerlei tinten beige, bruin en grijs. Deze regio is één van de droogste plekken op de aarde en het landschap onderweg wordt bepaald door mijnbouw, een belangrijke economische factor in Chili. We rijden langs ’s werelds grootste open kopermijn wat een stoffig en niet aantrekkelijk landschap opleverd.
vooraan in de bus met het landschap dat als in een film voorbij komt
Voor ons als laaglanders, gewend aan een hoge vochtigheidsgraad is al die droogte zichtbaar en voelbaar. We smeren onszelf meerdere malen per dag van top tot teen in maar het helpt maar even. Ook de binnenkant van onze neus protesteert.
Adriana

Een vallei van druiven, dichters en ufo’s

Vandaag gaan we heel luxe  met een eigen auto op stap! Het is een poos geleden dat ik gereden heb en wat onwennig stuur ik onze kleine Hyundai door het drukke Chileense verkeer. Het is onze laatste dag in La Serena, ook een kustplaats in Chili maar noordelijker dan Viña del Mar. Onze backpacks liggen achterin want vanavond rijden we met de nachtbus in 17 uur naar Calama, onze volgende stop.

We zijn op weg  naar Elqui Valle, een prachtige groene vallei tussen de kale bergen en het uitgestrekte rotsige en zanderige landschap. Hier groeien de druiven die de basis zijn van de Pisco. Van de muskaatdruiven wordt eerst wijn gemaakt en daarna gedestilleerd tot een soort brandy. We bezoeken een kleine Pisquera die sinds 1921 de populaire likeur fabriceert. Na de uitleg is het natuurlijk proeven en die ene fles kunnen we nog wel in een backpack proppen..

Hoe langer in de vaten hoe sterker en duurder de Pisco.

Daarna wilden we graag naar het museum van de vrouw die als eerste in Zuid-Amerika de  Nobelprijs voor de literatuur  heeft ontvangen: dichteres Gabriela Mistral. In de hele vallei kom je haar  naam, haar beeltenis of werk van haar tegen. Maar het museum in haar geboorteplaats was dicht en zag eruit of het al een poos niet open was geweest. Ook het grote museum in Vicuña was wegens een speciale dag gesloten, wij konden niet vinden wat voor dag dat dan was. En haar woonhuis werd gerenoveerd. We hebben het moeten doen met de verhalen en een beeld van haar. Dit kom je wel vaak tegen hier, dat iets gesloten is om een onduidelijke reden, gerenoveerd wordt zonder dat dit aangegeven wordt, verplaatst is of zomaar gesloten. Er kan nog iets gedaan worden aan actualiseren van informatie en beter benutten van de communicatiemiddelen.

De vallei staat er ook om bekend dat er vaak UFO’s worden gezien en er schijnt ook veel kosmische energie aanwezig te zijn. De lucht is niet verontreinigd en heel helder. Er zijn hier ook diverse observatoria die je in de avond of nacht kunt bezoeken om met een sterke telescoop de Melkweg in te turen en er alles over te horen. Daar hadden we  helaas geen tijd voor en ongeïdentificeerde vliegende objecten hebben we ook niet gezien.

Er staan ontzetten veel monumentjes langs de weg in heel Zuid-Amerika. Huisjes waarin beeldjes staan omringd door flesjes water, bloemen, geld, decoraties et cetera. Allemaal om God en Goden gunstig te stemmen. Af en toe zien we ook enorme bouwsels die gewijd zijn aan iemand die op die plek overleden is vanwege een ongeluk. Voor dit monument zijn we gestopt want het was de meest uitgebreide die we tot nu toe gezien hebben. Een triest geval van een ongeluk van een jonge vent met zijn auto. De nabestaanden houden hem op deze wijze levend. Inclusief zijn auto, hobby, favoriete biermerk, vriendinnen en alles wat er in zijn leven een rol speelde.

Adriana