Rustig blijven ademhalen

Na de forse hoogte van 3.800 meter in Uyuni brengt de volgende busreis ons nog een stapje verder. Na vier uur bereiken we de mijnstad Potosi in Bolivia op 4.200 meter boven zeeniveau. De buitenwijken laten de bekende chaos van een gemiddelde Zuid-Amerikaanse stad zien: onaffe gebouwen, werkplaatsen in allerlei soorten en maten afgewisseld met kleine winkeltjes, veel auto’s en veel mensen op straat. En uiteindelijk het busstation, altijd een enerverende plaats waar je op zoek moet naar je bagage, op moet letten voor kleine criminaliteit en veel schreeuwende kleine kereltjes die je of in een taxi willen helpen of op weg naar een volgende bestemming. Taxi’s in Bolivia hebben zelden of nooit een meter: binnen een stad betaal je een bedrag per persoon, met z’n tweeën twee keer zoveel en wil je de stad uit, dan wordt het onderhandelen.

uitzicht op Potosi
de smalle straatjes in het centrum
Op aanraden van dochter en schoonzoon die ons voorgingen, logeren we in La Casona, een prachtig hostel in een koloniaal gebouw in het historische centrum van Potosi. Veel gasten slapen met acht personen op een kamer, wij hebben op voorhand een tweepersoons kamer geregeld met eigen toilet en douche. Het centrum is een wereld van verschil met de buitenwijken: het is duidelijk waarom dit UNESCO-werelderfgoed is. De straten, geplaveid met klinkertjes, doen bijna middeleeuws aan. ’s Avonds hebben we restaurant El Tenedor de la Plata (de zilveren vork) voor ons alleen. Dat zal later nog vaker gebeuren: Bolivianen zijn slechte ontbijters, nemen vervolgens de tijd voor een overdadige lunch en eten als diner nog wat liflafjes thuis.
het hostal la Casona
Bij de receptie geven we ons op voor een tour die een heuse mijn bezoekt onder leiding van een gids die ex-mijnwerker is. Potosi is vandaag de dag een stad met 140.000 inwoners die naast wat inkomsten uit toerisme, afhankelijk is van de mijnen, met name de zilvermijnen in één berg: de Cerro Rico. Het gedolven zilver maakte van Potosi ooit een rijke en welvarende stad. In 1672 bedroeg het inwonertal 200.000 (evenveel als Londen in die tijd en veel groter dan Parijs). Door de onafhankelijkheidsoorlogen verviel de stad en was in 1825 gereduceerd tot minder dan 10.000 inwoners. De mijnen raakten uitgeput en in 1980 werden ze allemaal gesloten. Ze zijn sindsdien in handen van lokale corporaties onder zelfbestuur. De Cerro Rico wordt nog steeds geëxploiteerd en op hoogtijdagen gaan meer dan 10.000 mijnwerkers via een van de 200 ingangen aan het werk. En daar kun je als toerist een kijkje nemen.
de mijnwerkers
Ik ben er ambivalent over: mijnwerkers hebben in Bolivia een zeer korte levensverwachting en om mensen aan het werk te zien die op termijn door belabberde omstandigheden het loodje leggen, stuit me tegen de borst. Aan de andere kant wordt van je verwacht dat je cadeautjes voor de kompels meebrengt bestaande uit spullen die ze anders zelf moeten kopen zoals dynamiet, cocabladeren om de verveling weg te kauwen (geen mijnwerker zonder één bolle wang), pure alcohol om te offeren en zelf te drinken en nog wat minder belangrijke items als frisdrank, dus je doet ze een plezier door te komen kijken, Verder gaat een deel van het entreegeld naar een fonds voor nabestaanden, ook goed. Maar de afweging blijft lastig.

Onze outfit en een deel van het cadeau: een staaf met dynamiet
De volgende ochtend worden we in het mijnwerkerspak gehesen, inclusief helm met lamp. Op een speciale markt kopen we dynamiet met een lange lont, een zakje korrels om er TNT van te maken, twee zakjes cocabladeren (één voor eigen gebruik) en een fles pure alcohol. Waar dat laatste goed voor is, zal blijken. In een aftands busje rijden we met zeven andere waaghalzen naar de ingang van de mijn. De top van de berg waar het zilver wordt gedolven, de Cerro Rico is inmiddels verboden gebied vanwege het grote instortingsgevaar. Gewapend met deze kennis beginnen we, lampjes aan, toch ontspannen aan onze ondergrondse tocht. In de buitenlucht is de zuurstof schaars vanwege de grote hoogte, binnen is de zuurstofdruk nog lager door het gebrek aan verse lucht. Mede door de lage gangen (Bolivianen zijn niet lang en mijnwerkers al helemaal niet) bereiken we enigszins achter adem de eerste stop. Het is een beeld van de god Tio die voor mijnwerkers het onvoorspelbare en ondergrondse kwaad belichaamt. Elke keer dat ze de mijn betreden, beginnen ze met offers te brengen aan Tio. Het beeld, dat er afzichtelijk uitziet, wordt besprenkeld met pure alcohol en bedolven onder cocabladeren: hoofd, armen, benen en penis,  niets wordt overgeslagen om Tio gunstig te stemmen over lot van de mijnwerkers. En als kers op de taart wordt een brandende sigaret tussen zijn lippen geklemd zodat hij gezellig kan roken.
Dan gaat het dieper de mijn in, voorovergebogen lopen we met zwaaiende lichten steeds verder. Ik let even niet op en stoot mijn hoofd hard tegen een steunbalk: de pijn in mijn kop valt nog mee maar mijn nekspieren hebben het zwaar te verduren. Het blijkt de oplossing van mijn dilemma: ik geef aan liever niet verder te willen en loop, bijna opgelucht, helemaal terug naar de ingang. Wat kan daglicht op een regenachtige morgen er mooi uitzien. Een half uur later meldt ook Adriana zich buiten. In de diepere lagen ging een luik open met een gat in de grond dat de bezoeker twee verdiepingen lager moest brengen. Trap? Er is geen trap! Ze overwoog dat ze teveel energie zou moeten investeren om haar angst te overwinnen en besloot om te draaien. Samen bespreken we buiten de situatie en vinden dat we genoeg gedaan hebben om een mijn van binnen te zien.
’s Middags bezoeken we het Casa de Moneda, ooit de plek waar de zilveren munten werden geslagen voor heel Zuid-Amerika en tegenwoordig één van de leukste musea die we tot nu toe tegenkwamen. Met de snelheid van de brandweer sleurt een Engelssprekende gids ons door alle zaken zodat we na anderhalf uur uitgeput op de binnenplaats achterblijven.
Het museum Casa de Moneda

Eenmaal buiten zijn we getuige van een grote demonstratie waarvan we de aanleiding niet begrijpen, wel maken we uit de spreekkoren op dat het gaat om: Democratie? Ja! Dictatuur? Nee! En dat is natuurlijk altijd een goede aanleiding. Bolivianen mogen graag de straat op gaan als ze iets dwars zit, is inmiddels onze ervaring. De aanbeveling van de Lonely Planet om daar uit te buurt te blijven, delen we niet, Het is een vreedzame aangelegenheid omlijst met veel spreekkoren en vuurwerk zodat we ons afvragen of onze staaf dynamiet als presentje wel de juiste weg gevonden heeft.
Ook vrouwen lopen mee, het lijkt alsof ze gezamenlijk boodschappen gaan doen
Bert

De schoonheid van zout

Het is het plan om onze reis vanuit het noorden van Chili voor te zetten richting Uyuni in Bolivia. Dat levert meteen een aantal belemmeringen op waarvan de eerste het grootste leek maar zich het eenvoudigst laat oplossen. Het geval wil dat de bus naar Uyuni om zes uur ’s ochtends vertrekt uit Calama en wij zitten 130 kilometer verderop in San Pedro de Atacama. We hebben geen zin om een dag eerder een bus naar Calama te nemen waar we weer onderdak moeten regelen. Onze gastheer Juan is bereid om ons uit de brand te helpen: met een auto van een vriend rijden we ’s morgens om kwart voor vijf weg uit San Pedro om vijf kwartier later en 65 dollar lichter in Calama bij de garage van de busmaatschappij uit te stappen. Het is al redelijk druk voor de tijd van de nacht en de commotie wordt groter op moment dat de chauffeur de deuren opent en de hele meute naar binnen rent. Sommige vrouwen hebben voldoende tassen bij zich om een mini-mercado te vullen, dus het kost wel even tijd om alles op zijn plek te krijgen.

 

Onze rugzakken verdwijnen achterin tussen de tassen leeftocht terwijl we tegelijkertijd rugzakken in het zitgedeelte van de bus zien verdwijnen. Het blijkt dat de chauffeur heeft geadviseerd alle spullen mee de bus in te nemen. We begrijpen het niet helemaal maar de uitleg volgt later. We hebben tevoren kaartjes gekocht vanwege de zekerheid dat je mee kunt en bovendien heb je de plaatsen voor het uitkiezen. Het blijkt gedurende de hele dag dat we onderweg zijn, een gouden greep. Plaats 1 en 2, achter de chauffeur, zijn meestal niet de beste plekken maar nu wel met een weelde aan beenruimte, een luxe die je als Europeaan niet vaak treft in Zuid-Amerikaanse bussen.

Na twee uur rijden doemt de grens met Bolivia op. We passeren de gebouwtjes van Chili waar we ons goedbewaarde uitreisticket achteloos in een prullenbak zien verdwijnen en rijden vervolgens door een stuk niemandsland. Daar stopt de bus en het wordt snel duidelijk dat we van bus moeten wisselen. Dat geldt ook andersom met als gevolg een chaotisch gedrang van reizigers uit Chili die de bus naar Bolivia in willen en reizigers uit Bolivia die onze bus in willen. Het meenemen van rugzakken in de bus zou dit proces moeten versnellen maar dat effect wordt volledig geneutraliseerd door Boliviaanse vrouwtjes die meer meezeulen dan ze kunnen tillen. De laatste hindernis bij de grens is een gloednieuwe scanmachine. We hebben het al eerder meegemaakt: als er een scanapparaat staat, wordt-ie ook gebruikt. Dus alle bagage weer uit de bus en stuk voorstuk door de machine. Al met al kost het twee uur om de grens, waarvan de slagboom door de chauffeur zelf wordt bediend, te passeren inclusief het opzetten van de traditionele hoedjes en een sanitaire stop voor iedereen.
De volgende uren denderen we over een dirt road naar Uyuni. We stoppen voor een plaspauze, voor de mannen een eenvoudige opgave in de berm, voor vrouwen een zoektocht naar een publiek toilet. In Uyuni vinden we al snel ons hotel en na het inchecken, moeten we nog ėėn trap op en dan kunnen we onze rugzakken afgooien. We zitten op 3.700 meter boven zeeniveau en die twee trappen nemen we met moeite. Hijgend als werkpaarden vallen we op bed.
Uyuni is een stadje waar niets te beleven valt maar het heeft twee toeristische trekpleisters van de buitencategorie. In de eerste plaats is dat het Cementerio de los Trenes waar talloze locomotieven en wagons in de woestijn staan te wachten op hun reis naar het laatste ‘Grote Rangeerterrein’. Volgens kenners overtreft deze locatie het treinenkerkhof van Phnom Pehn in dramatiek en omvang. Op de tweede plaats grenst Uyuni aan de op één na grootste zoutvlakte ter wereld: de Salar de Uyuni. De volgende dag gebruiken we om een tweedaagse tour te plannen over de Salar, inclusief een overnachting in een zouthotel, een bezoek aan het treinenkerkhof, een eiland midden op de Salar bezaaid met metershoge cactussen, een kijkje in een zoutfabriekje en niet te vergeten een bezoek aan de gekleurde meren.
Er is veel in Uyuni in aanbouw en de bevolking is vrij traditioneel
We worden echter zwaar tegengewerkt door de Boliviaanse politiek. De tweede dag van onze trip valt op een zondag, uitgerekend de dag dat Bolivia stemt over een nieuw hooggechtshof. Niets aan de hand zou je denken, maar om elke vorm van demonstratie de kop in te drukken is het openbare leven die dag volledig lamgelegd. Dat betekent gesloten winkels en restaurants, een verbod op het schenken van alcohol tot 12 uur ’s nachts en elke vorm van transport is verboden. Dus ook de 4×4 Landcruiser die onze trip rijdt, mag niet de stad in. We kunnen dus op zaterdag wel weg maar op zondag niet terug. Een tegenvaller die we met opgewekt humeur omzetten in een eendaagse trip waarin alle highlights zijn opgenomen behalve de overnachting in het zouthotel en de gekleurde meren. Zaterdagochtend vertrekken we met vijf medereizigers richting de Salar. Eerst bezoeken we het treinenkerkhof en daarna een mini-zoutfabriek aan de rand.
Het treinenkerkhof levert al mooie beelden op
Daarna begint het echte werk en daveren we met hoge snelheid de zoutvlakte op: we zijn niet de enige, onderweg trekken we op met zeker veertig Toyota Landcruisers die allemaal hetzelfde parcours afleggen maar door de enorme uitgestrektheid wordt het nooit druk of vol.
We lunchen in een hotel opgetrokken uit zout en stellen tevreden vast dat we aan die overnachting niets gemist hebben, Buiten staat een kolossale sculptuur van zout die doet herinneren aan de Dakar-rally die hier in 2016 met 200 kilometer per uur voorbijkwam. Voor wie nog willen boeken, ook in 2018 doet Dakar Uyuni aan.
We raken in gesprek met een Engels stel waarvan man Tim zo zou kunnen invallen bij The Dubliners en vrouw Martha een Tsjechische blijkt te zijn . Ze vertellen dat ze allebei hun baan hebben opgezegd (dat horen we heel vaak onderweg van andere reizigers) en dat ze na afloop van hun reis naar Tsjechië verhuizen waar zij uit erfenis een fruitbedrijf met appelboomgaarden deels heeft verkregen deel heeft gekocht. Op onze vraag wat ze in Engeland voor beroep had, horen we het antwoord waarschijnlijk met open mond aan: ‘I am a nuclear physicist’. Even hebben we geen tekst.
We rijden verder naar het Cactuseiland. We hebben de hele tijd het gevoel dat we op ijs rijden en dat we er elk moment doorheen kunnen zakken. De Salar biedt legio mogelijkheden voor prachtige foto’s en daar maken we gretig gebruik van. Hoogtepunt is de plaats waar een klein riviertje de Salar opstroomt: door de plasvorming op het zout ontstaat een spiegelend effect wat in fantastische plaatjes resulteert. De zonsondergang mag er ook zijn maar we zijn intussen verzadigd door zoveel natuurschoon.
De volgende dag is het zondag en zijn de straten uitgestorven en vinden we alleen veel mensen in een lange rij voor het stembureau.
’s Avonds eten we in een restaurant in een buitenwijk van Uyuni. Een ondernemer met durf heeft hier een schitterend hotel neergezet en een navenant fraai restaurant. Voor het eerst op onze reis treffen we een kok die alle ingrediënten op het bord weet samen te smeden tot het niveau van een sterrenzaak, We rekenen goedgemutst omgerekend 25 euro af, inclusief dessert en uitstekende wijn. Toch nog een opwindende zondag.
Bert

Eén van de droogste plekken op de aarde

De bus rijdt door een landschap van kale bergen, rotspartijen en zandvlaktes. We hebben gelukkig de mijnbouw achter ons gelaten en trekken dieper de Atacama woestijn in. We zien  onze eindbestemming opdoemen maar de bus slaat af naar rechts in plaats van het dorp, San Pedro de Atacama in te rijden. We zijn er ondertussen wel aan gewend dat dingen anders lopen dan verwacht. We wachten rustig af waar de bus zal stoppen zodat we eruit kunnen.
heel in de verte de oase
 San Pedro de Atacama is een dorp in het noorden van Chili vlakbij de grens van Bolivia, 2.500 meter boven zeeniveau. Meer dan 10.000 jaar geleden vestigden de eerste bewoners zich in deze oase in de woestijn. Het ingenieuze irrigatiesysteem dat zij toen ontwikkelde, heeft vandaag de dag nog zijn functie. De Atacameños hebben de invasie van de Inca’s, de Spaanse kolonisatie en de winning van salpeter, zout en lithium door de Boliviaanse en Chileense overheid ternauwernood overleefd. Hun nazaten vormen nu een gemeente die meer dan 23.000 km² groot is en ongeveer 5.600 inwoners telt. Hun regels en gewoontes hebben tot gevolg dat San Pedro de Atacama een authentiek dorp is waar ondanks de vele toeristen een relaxte sfeer hangt. Er mogen bijvoorbeeld geen reclameborden aan de gevel gehangen worden en de wegen in het centrum zijn niet geasfalteerd. Alleen inwoners mogen met hun auto’s in het dorp rijden. Hé, waar kennen we dat van 😜?
 
Het is er wel toeristisch maar niet vervelend druk. We vinden het wel fijn dat er veel aanbod is en ons appartementje ligt lekker rustig net uit het centrum. Er is veel te doen en de dagen dat we hier zijn hebben we gevuld met een trip naar de Valle de la Luna. Gisteren zijn we een hele dag op pad geweest naar de Piedras Rojas, diverse meren het het dorpje Toconao. De gids die we mee hadden is ook chauffeur, kok, ober en schoonmaker tegelijk. We worden vroeg in de ochtend opgepikt en rijden samen met elf anderen naar het zuiden toe.
Op de hoogvlakte komen we weer een lama-soort tegen: Vicuñas. Een ander soort dan de Guaganos die we in Patagonië gezien hebben. De soort hier kan namelijk tegen het klimaat in deze regio en, niet onbelangrijk, de hoogte. We rijden vandaag namelijk door een gebied op 4.000 en 5.000 meter boven zeeniveau. Zij leven tussen de 3.500 en 5.500 meter hoogte.
Het ontbijt werd geserveerd met een magnifiek uitzicht op de bergen en de zoutmeren. We zagen twee zo blauwe zoutmeren die bijna pijn deden aan ons ogen en de flamingo’s in de zoutvlakte, Salar de Atacama, waren bijna surrealistisch.
De derde dag vertrekken we nog eerder in de ochtend, om half vijf al. In het donker rijden we naar het noorden naar een geiserveld met meer dan 80 actieve geisers. Het is belangrijk om daar vroeg te zijn als de zon nog niet op volle sterkte is. Op 4.500 meter hoogte is het dan nog koud en is het stoom van de geisers goed zichtbaar.
Het geothermaalveld ligt in een krater van een oude vulkaan en het blijkt dat het kolkende binnenste van onze aarde zich heel dicht onder onze voeten bevindt. De aardkorst is hier heel poreus en onze gids vertelt dat er dit voorjaar nog iemand is overleden die te dicht bij de geisers liep en erin viel. Oppassen dus! Maar het aanblik van het kolkende water, de stoomkolommen en het pruttelen, sissen en spetteren van het meer dan 85° warme water is prachtig. Water op de droogste plek ter wereld wordt verklaart doordat de sneeuw op de omringende bergen smelt en onder de oppervlakte in aanraking komt met de hitte van het magma.
en van dichtbij..
Adriana

‘Walking on the moon’

Het is ruim 33 graden met een wolkeloze hemel en geen zuchtje wind. Ideale omstandigheden voor een stranddag maar wij zijn bezig een berg op te lopen in Valle de la Luna. Een plek die veel op lijkt op het landschap van de maan vandaar de toepasselijke naam: vallei van de maan.
Rotsen, stenen, zand, vulkanisch materiaal en mineralen waaronder heel veel zout vormen een bizar landschap waar dieren niet voorkomen.  Recent onderzoek heeft uitgewezen dat hier wel heel veel bacteriën leven waaronder een soort dat zuurstof produceert. Dezelfde soort die bij het ontstaan van de aarde actief waren. We lopen door één van de droogste plekken op aarde. Gemiddeld valt hier 15 mm. regen per jaar maar er zijn ook plekken waar al meer dan honderden jaren geen druppel is gevallen. Deze omstandigheden zijn vergelijkbaar met die op planeten zoals Mars. Vandaar dat de NASA hier de materialen test die ze daar gaan inzetten.
Los van al deze wetenschappelijke feiten worden we bij elke bocht, bergtop of uitzichtpunt verrast: wat is het hier bijzonder en bijna onaards! We vergeten het zweet dat overal stroomt en onze droge mond van het hijgen.
Sinds de vorige blog zijn we van de kust van de stille Oceaan naar het noorden van Chili gereisd, tegen de Boliviaanse grens. We zagen het landschap tijdens een 17 uur durende busreis veranderen van groen, bomen en het azuur blauw van de zee naar allerlei tinten beige, bruin en grijs. Deze regio is één van de droogste plekken op de aarde en het landschap onderweg wordt bepaald door mijnbouw, een belangrijke economische factor in Chili. We rijden langs ’s werelds grootste open kopermijn wat een stoffig en niet aantrekkelijk landschap opleverd.
vooraan in de bus met het landschap dat als in een film voorbij komt
Voor ons als laaglanders, gewend aan een hoge vochtigheidsgraad is al die droogte zichtbaar en voelbaar. We smeren onszelf meerdere malen per dag van top tot teen in maar het helpt maar even. Ook de binnenkant van onze neus protesteert.
Adriana

Een vallei van druiven, dichters en ufo’s

Vandaag gaan we heel luxe  met een eigen auto op stap! Het is een poos geleden dat ik gereden heb en wat onwennig stuur ik onze kleine Hyundai door het drukke Chileense verkeer. Het is onze laatste dag in La Serena, ook een kustplaats in Chili maar noordelijker dan Viña del Mar. Onze backpacks liggen achterin want vanavond rijden we met de nachtbus in 17 uur naar Calama, onze volgende stop.

We zijn op weg  naar Elqui Valle, een prachtige groene vallei tussen de kale bergen en het uitgestrekte rotsige en zanderige landschap. Hier groeien de druiven die de basis zijn van de Pisco. Van de muskaatdruiven wordt eerst wijn gemaakt en daarna gedestilleerd tot een soort brandy. We bezoeken een kleine Pisquera die sinds 1921 de populaire likeur fabriceert. Na de uitleg is het natuurlijk proeven en die ene fles kunnen we nog wel in een backpack proppen..

Hoe langer in de vaten hoe sterker en duurder de Pisco.

Daarna wilden we graag naar het museum van de vrouw die als eerste in Zuid-Amerika de  Nobelprijs voor de literatuur  heeft ontvangen: dichteres Gabriela Mistral. In de hele vallei kom je haar  naam, haar beeltenis of werk van haar tegen. Maar het museum in haar geboorteplaats was dicht en zag eruit of het al een poos niet open was geweest. Ook het grote museum in Vicuña was wegens een speciale dag gesloten, wij konden niet vinden wat voor dag dat dan was. En haar woonhuis werd gerenoveerd. We hebben het moeten doen met de verhalen en een beeld van haar. Dit kom je wel vaak tegen hier, dat iets gesloten is om een onduidelijke reden, gerenoveerd wordt zonder dat dit aangegeven wordt, verplaatst is of zomaar gesloten. Er kan nog iets gedaan worden aan actualiseren van informatie en beter benutten van de communicatiemiddelen.

De vallei staat er ook om bekend dat er vaak UFO’s worden gezien en er schijnt ook veel kosmische energie aanwezig te zijn. De lucht is niet verontreinigd en heel helder. Er zijn hier ook diverse observatoria die je in de avond of nacht kunt bezoeken om met een sterke telescoop de Melkweg in te turen en er alles over te horen. Daar hadden we  helaas geen tijd voor en ongeïdentificeerde vliegende objecten hebben we ook niet gezien.

Er staan ontzetten veel monumentjes langs de weg in heel Zuid-Amerika. Huisjes waarin beeldjes staan omringd door flesjes water, bloemen, geld, decoraties et cetera. Allemaal om God en Goden gunstig te stemmen. Af en toe zien we ook enorme bouwsels die gewijd zijn aan iemand die op die plek overleden is vanwege een ongeluk. Voor dit monument zijn we gestopt want het was de meest uitgebreide die we tot nu toe gezien hebben. Een triest geval van een ongeluk van een jonge vent met zijn auto. De nabestaanden houden hem op deze wijze levend. Inclusief zijn auto, hobby, favoriete biermerk, vriendinnen en alles wat er in zijn leven een rol speelde.

Adriana

 

 

 

Trappen, liften en muurschilderingen

Het is een zonnige dag en wij zijn op weg naar Valparaíso. De buschauffeur heeft kennelijk haast en begint te rijden als we nog aan het instappen zijn, toetert iedereen van de weg, schiet van de linker baan naar de rechter en weer terug en drukt het gaspedaal diep in. Reizen met de bus in Zuid-Amerika blijft een avontuur. We komen veilig in de stad van de liften, trappen en muurschilderingen aan.

De binnenstad van Valparaíso is ook UNESCO werelderfgoed, we zijn de tel kwijt ondertussen. Het is havenstad maar de vele kunstenaars die hier verbleven hebben ook hun sporen nagelaten. het is een levendige stad met een breed cultureel aanbod. De oorspronkelijke stad is wegens plaatsgebrek uitgebreid naar 42 omringende heuvels. Vandaar de vele trappen en publieke liften. De eerste lift is eind 19e eeuw gebouwd en werkte op stoom. Tegenwoordig  meren er ook veel zeecruiseschepen aan en is het toerisme in de kleurrijke stad ook een belangrijke inkomstenbron.

We bezoeken het huis van de bekende Chileense dichter en diplomaat Pablo Nerudo. Het huis is gebouwd op een heuveltop en bestaat uit vijf verdiepingen. Elke verdieping geeft een nog mooier uitzicht op de stad en de  zee. Pablo Nerudo was een verzamelaar van antiek, allerlei maritieme gebruiksvoorwerpen en andere prullaria. Het huis staat er propvol mee, maar door de beeldende (Engelse) uitleg komt het huis voor ons echt tot leven. 

Het plan om een ritje met de antieke maar nog steeds werkende openbare liften te maken liep volledig mis. Bij de derde lift aangekomen bleek deze, net als de eerste twee, ook gerenoveerd te worden. Hier loopt Bert nog vrolijk de trap af maar bij de zoveelste waren we het aardig zat.

Toen begrepen we ook waarom het zo druk was op de trappen en zelfs iemand  met een kruiwagen eraf kwam lopen..

Valparaíso staat ook bekend om zijn muurschilderingen, ontstaan uit protest tegen de dictatuur maar nu heeft het een officiële status. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd hier het eerste ‘Latin American Graffitti-Mural Festival’ gehouden. Toen kwamen er in enkele dagen 80 muurschilderingen bij!

Aan het einde van de dag een biertje dat mij ergens aan deed denken..

Adriana

Uitpuffen aan de kust

Na de enerverende weken in Patagonië en het afscheid van onze chauffeur, gids en medereizigers van Dragoman hebben we behoefte aan rust en een eigen plekje.  Via AirBnB boeken we een appartement in Viña del Mar, een voor Chilenen populaire badplaats aan de Stille Oceaan.

Na een busrit vanuit Santiago lopen we met onze backpacks naar het opgegeven adres. Aan de hand van onze Maps.Me app, die ook offline op basis van GPS werkt is dat een simpele klus. Hoe deden we dat vroeger eigenlijk? We krijgen wel wat nieuwsgierige blikken van de bewoners van de woonwijk, wij zijn als gringo’s een bijzonderheid hier. Omdat we te vroeg zijn stappen we een soort van thuisrestaurant binnen. Daar wordt meestal een vast lunchmenu geserveerd en in dit geval treffen we het: het eten is uitzonderlijk goed. De lunch is in Zuid-Amerika niet een broodje kaas of een simpele salade. Men eet hier tussen 13.00 en 15.00 uur uitgebreid met een voorgerecht, hoofdgerecht, toetje, een glas vers gemaakt fruitsap en een kop koffie of thee als afsluiter.  En dat ’s avonds weer!

ons huis voor de komende week

Hoewel de zomer nog niet begonnen is, is het stralend weer en genieten we van het strand, het eten in allerlei soorten restaurants, de musea et cetera.

Een favoriet drankje hier: Pisco Sour, proost!

Adriana