Terug in de tijd

Na zes heerlijke weken in Sucre pakken we onze backpack weer in. We nemen de nachtbus naar Cochabamba en reizen vandaar gelijk door naar Torotoro. Volgens de beschikbare informatie goed te doen maar zoals vaker loopt het in Bolivia iets anders.
De betere nachtbussen zijn uitgerust met stoelen met veel beenruimte die je redelijk in een ligstand kan zetten. Meestal is het koud maar in deze bus liep de temperatuur hoog op en waren we omringd door snurkende medereizigers. Rond vijf uur in de ochtend arriveerden we in Cochabamba. De straat waarin de minivans staan die naar Torotoro vertrekken, was snel gevonden. Het vervoerssysteem in Bolivia is erg efficiënt qua ruimte en de rest schikt zich daarnaar. We hebben van half zes tot half acht gewacht totdat alle zitplaatsen verkocht waren en we vertrokken voor een bijna zeven uur durende rit. Picture this: een afgeladen rammelende minivan die hotseklotst over een weg van ongelijke keien en die vanwege wegwerkzaamheden ook omgeleid wordt door rivierbeddingen en uitgeholde zandwegen bij een temperatuur van meer dan dertig graden. Je kunt wel raden in wat voor staat wij in Torotoro arriveerden.
Torotoro is een klein en authentiek dorpje dat eruitziet of de tijd er stilgestaan heeft. De bergachtige omgeving is prachtig en herbergt een aantal bijzondere attracties. Wij vermoeden dat ongeveer tien jaar geleden de bezoekersstroom van backpackers gestaag op gang is gekomen. En in het dorp zijn ze er eigenlijk nog steeds niet aan gewend.
Nu zeggen wij wel dat we aan t backpacken zijn maar we hebben, gezien de leeftijd wel wat comfort nodig en verwachten ook een bepaald soort georganiseerdheid en gastvrijheid. Dat kun je in Torotoro vergeten. Informatie ontbreekt of is onvolledig, de manier van organiseren grenst aan chaos en beloofde faciliteiten ontbreken. Als voorbeeld: de beloofde Wi-Fi bleek alleen buiten op het plein beschikbaar en dan pas na het betalen van een aantal BOL in een onduidelijk apparaat. Dus zitten Bert en ik gezellig tussen de inwoners, karretjes met allerlei eten en drinken, zwerfhonden en een enkele backpacker te surfen op internet.
’s Morgen om 7.00 uur staan we bij het kantoor van de gidsen om een tour te boeken. Je mag namelijk niet zonder gids het nationaal park in. Het blijkt een ingewikkeld proces te zijn van zelf minimaal zes personen bij elkaar vinden die dezelfde tour willen doen, dan krijg je een Spaanssprekende gids toegewezen die  een busje met chauffeur gaat regelen. Vervolgens het lange wachten totdat in het kantoortje een señora de totaalprijs berekend heeft, iedereen ook daadwerkelijk zijn deel betaald heeft en dan kunnen we op pad. We zijn dan al twee uur in de weer.
Maar het blijkt alle inspanningen waard te zijn!

Er zijn meer dan 2.500 dinosaurus afdrukken van verschillende tijden in dit gebied gevonden

Landschap dat gevormd is door tektonische verschuivingen, water, ijs en wind

het is weer klimmen en klauteren voor de spannende plekken en mooiste uitzichten

Als toetje de diepste grot van Bolivia inklimmen, 7 km is tot nu toe verkend en af en toe moet je op je buik verder
We vragen ons af hoe het er over tien jaar uitziet. Als er meer mensen naar Torotoro willen en het niet alleen maar de doorgewinterde backpackers zijn maar ook de toeristen die meer van een toeristische hotspot verwachten. Nu was het een avontuur.
Tot later! Adriana

Wel of geen krater?

We waren er al talloze keren voorbij gelopen, het kantoor van Off Road Bolivia. Maar nu zaten we binnen om een dagtrip met off road motoren te regelen. Ons plan is om elf maanden te reizen en dat betekent dat het budget goed in de gaten gehouden moet worden. Alles wat je extra wilt doen buiten slapen, eten en vervoer moet wel in het financiële plaatje passen.

Vanuit Sucre vertrekken we via dirtroads naar de bergpas Cordillera de los Frailes (3.650 m boven NAP). Daarna dalen we af tot we de rivier passeren en op weg gaan naar de cráter de Maragua. Het landschap is zo bijzonder dat ik heel vaak wil stoppen om foto’s te maken. Maar dan schiet je niet op als je iets van 150 km moet rijden.

van grauw en grijs
roze met fris groen
beige met een helder beekje
paars en grijsgroen met cactusbossen
naar aarderood en veel bochten

De cráter de Maragau is eigenlijk geen krater. De geleerden lijken het er nog niet over eens sommige denken dat het een meteoriet is geweest die boven de grond is ontploft. Een bijzonder landschap is het zeker en volgens onze gids Marcello een plek waar je veel energie kan opdoen. De krater is ongeveer 51 vierkante kilometer groot en er worden ook fossielen gevonden die aantonen dat er ook ooit zeewater heeft gestroomd.

de rand van de krater

Hierboven een stukje van de krater, ook wel de navel van Zuid-Amerika genoemd.

Na het dorp Quila Quila crossen we de hoogste berg over, de Obispo en halen we ruim de 3.700 meter. We dalen met lekkere bochten af naar beneden en rijden het laatste stukje over asfalt naar Sucre terug.

uitzicht van de top

Een heerlijke dag!

Adriana

 

Dag en dagelijks in Sucre

We lopen ’s avonds door de straten van Sucre alsof we er al jaren wonen, op weg naar één van onze favoriete restaurants. Dit restaurant heeft als enige in Sucre een salad bar dus de mogelijkheid om groentes en rauwkost naar keuze op te scheppen. Want veel verse groente wordt er over het algemeen niet geserveerd. Daarentegen wel vers fruit in allerlei vormen: sapjes, toetjes, shakes, tussendoortjes et cetera. Tumba en mora vinden we heerlijk, het zijn fruitsoorten die we niet kennen in Nederland.

De Boliviaanse keuken is geen verfijnde keuken hoewel we hier wel bijzondere dingen eten: gefrituurde leguanen staartjes of koeientong in chocoladesaus. Heerlijk! Aardappels, zoete aardappels, guave  worden als patat, puree, gekookt of in een ondefinieerbare vorm bij bijna elk gerecht geserveerd. Daarnaast wordt het bord steevast opgevuld met rijst en wordt het vlees soms ook nog afgetopt met een gebakken ei. Veel koolhydraten en eiwitten, groente of rauwkost moet je zoeken of ontbreekt. Vrij zware maaltijden dus die de Bolivianen het liefst ’s middags eten. We hebben vaak genoeg meegemaakt dat we ’s avonds alleen in een restaurant zaten. Of dat we binnenkwamen tussen acht en half negen en dat het keukenpersoneel zelf nog aan het eten was. Om tien uur of elf uur ’s avonds nog eens lekker eten gaan is hier vrij normaal.

Het restaurant voor ons alleen
Het bestellen van eten, het vragen naar meer informatie en het afrekenen gaat in ‘vloeiend’ Spaans. Niet echt vloeiend hoor, maar we kunnen ons aardig redden. We verblijven hier in totaal zes weken en het is grappig hoe snel je gewend bent. We krijgen privéles Spaans van jonge Boliviaanse vrouw die tot onze verbazing al een zoon heeft van 12 jaar. Tijdens de Spaanse les wordt er natuurlijk veel gepraat en onze profesora, lerares in het Spaans vraagt ons de hemd van het lijf om zo de conversatie op gang te houden. Het was ons natuurlijk al opgevallen maar nu wordt duidelijk hoezeer de Boliviaanse en Nederlandse cultuur verschillen. Ze rolt van haar stoel van verbazing als wij vertellen dat Bert bij ons meestal het eten koopt en kookt. Dat is in de masculine maatschappij van Bolivia ondenkbaar. Ze is enigszins geschokt te horen dat wij geen pyjama’s of nachtjaponnen dragen in bed.. Aan de andere kant zijn wij verbaasd dat het heel gebruikelijk is om voor je dertigste al twee keer gescheiden te zijn en drie kinderen te hebben. Dat in een overwegend katholiek land? Daarbij blijk je niet alleen de taal te moeten leren maar ook de daarachter liggende of tweede betekenis. Leg de klemtoon even verkeerd en je zegt niet wat een mooie vogel maar wat een mooie hoer of geen mama maar borsten. Tja, dat moet je wel weten. Onze profesora wijst ons er regelmatig op dat je door te letten op lichaamstaal, veel meer te weten komt dan van het antwoord dat iemand geeft. Verder is het noodzakelijk om heel goed op te letten dat je bijvoorbeeld dik of oud in een eufemistische bewoording gebruikt of een verkleinwoord toepast. Want als je iemand beledigd dan merk je dat  meteen: degene tutoyeert je niet meer maar stapt over op het formele u.
Sucre, Bolivia ook wel la ciudad blanca genoemd vanwege de vele witte gebouwen
De keuze om in Sucre een langere tijd te verblijven is enerzijds praktisch: het ligt op de route en verblijven in Bolivia is niet duur. Anderzijds is het een mooie en relaxte stad waar veel Spaanse cursussen worden aangeboden.  We bezoeken het museum waar de onafhankelijkheidsverklaring van Bolivia uit 1825 te zien is. Daar krijgen we van de enthousiaste gids uitgebreid toelichting bij de rondleiding door het prachtige koloniale gebouw. Bolivia was een van de laatste landen in Zuid-Amerika die onafhankelijkheid werd van Spanje hoewel ze als eerste de strijd aangingen. Door hun interne problemen hebben de buurlanden zich veel grond van Bolivia toegeëigend. Het noorden van Chili behoorde vroeger ook bij Bolivia, het lag dus aan zee. Maar de mineralen waaronder koper waren voor de Chilenen een reden om dat stuk in te pikken. Brazilië had veel hout nodig en eigende zich een deel van het amazone gebied van Bolivia toe. En Peru schoof de grens ook steeds verder op. Bolivia is in onze ogen wel een van de armste landen van dit continent. In tegenstelling tot de andere landen wonen hier procentueel de meeste oorspronkelijke bewoners zoals de Aymaras en de Quechuas. Zij spreken nog steeds hun eigen taal en hebben hun rituelen gewoon meegenomen binnen het rooms-katholieke geloof.  Zij  hebben in de onafhankelijkheidsstrijd fel meegevochten, maar we vragen ons af of ze er uiteindelijk ook van geprofiteerd hebben aangezien de oorspronkelijke bewoners tot de minst ontwikkelde en armere gedeelte van de bevolking behoren. Hun weeftechnieken behoren tot de meest bijzondere en ingewikkelde van de wereld en zijn ook UNESCO werelderfgoed, net als de stad zelf. We bezochten ook het museum of indigenous arts. Een klein maar bijzonder museum waar diverse geweven stoffen met uitleg te zien waren, naast allerlei gebruiken en rituelen.
We vieren de kerstdagen en het nieuwe jaar in Sucre. De Bolivianen doen dat vooral uitbundig en wij met een beetje weemoed naar familie en vrienden in Nederland. Op kerstavond wonen we een dienst bij in de kerk tegenover ons hostel.  We staan buiten want de kleine kerk is overvol en er wordt gezongen, gepraat en gegeten. We zien hele families waarvan één lid een mooi versiert wiegje draagt waarin een prachtig aangeklede babypop of beeldje ligt. Het blijkt de verbeelding te zijn van baby Jesus Christus die in de kerk gezegend wordt en pas daarna thuis in de kerststal in de kribbe wordt gelegd. Alle poppen, beeldjes of andere afbeeldingen worden gezegend en daarna volgde een optocht  met vrolijke hoempa pa muziek door de buurt waarbij uitgebreid vuurwerk afgestoken wordt.
En naast hard leren om de nieuwe taal onder de knie te krijgen doen we ook de dingen die we thuis zouden doen maar dan in een andere vorm:
Naar de kapper
Op de hand wassen van kleding
Boodschappen doen in kerstsfeer
Eten koken
Het naaien van kapotte kleding want we hebben niet zoveel mee

Een echte sombrero aanschaffen

Van 1 naar 2 paar schoenen: hoe krijgen we dat mee in de backpack?
Het kerstfeest vermengd zich niet alleen met eeuwenoude rituelen maar ook de moderne Noord-Amerikaanse cultuur
Op nieuwjaarsdag is een uitgebreide lunch voor de gasten van het hostel bereid
Tot later!
Adriana